In ondernemen, zit het woord nee. (Als je het fonetisch zou schrijven.)

ross-parmly-25230(1).jpgAls ik ooit failliet ga – mark my words – is het om deze reden: ik kan niet ‘neen’ zeggen.Waarom ga ik naar een prospectmeeting als ik weet dat ik de opdracht nooit ga kunnen opstarten wegens gebrek aan tijd? Waarom zeg ik ‘ja’ tegen opdrachten waarvan ik al weet dat het nachtwerk wordt terwijl ik ‘ja’ aan het zeggen ben? En kan iemand mij uitleggen waarom ik een Tupperwarefeestje geef en dus zelfs daar geen nee tegen kon zeggen? Het probleem is dat dit nog echt eens mijn ondergang gaat betekenen. Want gaandeweg, ontgoochel ik mensen, hou ik klanten aan het lijntje, mis ik deadlines, doe ik allemaal dingen die niet ik zijn. En de ironie daarvan is dat het allemaal start vanuit een heel bizar people pleasing mechanisme en dat het eindigt met excuses. En dàn ben ik kwaad op mezelf! Dus daar is finaal niemand mee geholpen.

Het is de vloek van zoveel (startende) zelfstandigen. We zijn bang om plots wakker te worden zonder klanten en dus forceren we onszelf even. Het is maar tijdelijk zeggen we dan, tijdelijk 80 uur per week werken. Een nachtje doorwerken, één keertje maar. Hoi, andere freelancer, kan je me even uit de nood helpen, ik heb tijdelijk teveel werk. Maar wanneer tijdelijk blijft, wordt het een serieus probleem.

Maar nog veel erger, het wordt een verslaving. Dat is geen metafoor, welja een beetje wel, maar de gelijkenissen zijn treffend. Want je wordt onrustig van zodra je beslist om even niet te werken. Om te rusten – zoals dat dan zo vaag wordt omschreven. De enige manier om die onrust weg te jagen, is door terug te beginnen werken. Maar ooit stopt dat, want zo kan een mens echt niet verder gaan.

En toen gebeurde er iets. Griet ging weg, voor altijd. Ik hoorde het vlak voor ik naar een conference moest in het buitenland. In allerijl herboekte ik mijn vlucht om op tijd terug te zijn voor haar begrafenis. En daar toen, in het vliegtuig, kilometers boven de grond, nam ik een beslissing: Ik ga keihard neen leren zeggen.
Want ineens wist ik iets heel bewust dat ik ongetwijfeld altijd al onbewust had geweten. Ik wist dat ze ’s anderendaags talrijk zouden zijn om afscheid te nemen en ik wist dat ze allemaal zouden zeggen: ze was zo’n goede moeder. En daardoor wist ik ineens iets anders. Als het ooit aan mij is, dan wil ik niet dat mensen zeggen: amai, zij heeft toch hard gewerkt! Neen, dan wil ik ook dat ze zeggen: ze was zo’n goede moeder. Bijna half zo goed als Griet. (Geloof me, dat is al ambitieus.)

Dus zijn we het nieuwe jaar gestart met een weekje vakantie met de kinderen. Gevolgd door de opstart van onze nieuwste aanwinst in het team, Vanessa. En werk ik nu dit blogartikel af vanop mijn hotelkamer in Amsterdam. Ik heb mijn grootste klant in Brussel vaarwel gezegd zodat ik niet meer elke dag in de file stof sta te vergaren. Dit jaar wordt het jaar van de ‘nee’ en van mij en mijn gezin!